Elektrisch laden krijgt een tweede waarde: wat ERE-certificaten betekenen vanaf 2026

Elektrisch laden krijgt een tweede waarde: wat ERE-certificaten betekenen vanaf 2026
Tot nu toe was elektrisch laden overzichtelijk. Je laadt een auto op, betaalt per kilowattuur en klaar. Vanaf 2026 komt daar een extra laag bij. Niet zichtbaar aan de laadpaal zelf, maar wel achter de schermen. Laadsessies kunnen dan namelijk ook meetellen als aantoonbare CO₂-reductie, vastgelegd in zogeheten ERE-certificaten.
Dat roept vragen op. Is dit een nieuwe subsidie? Kun je hier echt iets aan verdienen? En geldt dit automatisch voor iedereen met een laadpaal? Het korte antwoord: nee, zo simpel is het niet. Het langere antwoord vraagt wat uitleg, want ERE’s zijn vooral een administratief systeem dat zorgvuldig moet worden ingericht.
In deze blog leggen we uit wat ERE-certificaten zijn, waarom ze worden ingevoerd en waar je in de praktijk rekening mee moet houden.
Van kWh naar CO₂-reductie
De aanleiding voor ERE-certificaten ligt in Europese en nationale afspraken over verduurzaming van vervoer. Brandstofleveranciers krijgen steeds strengere verplichtingen om hun uitstoot te verlagen. Dat mag deels door fysieke verduurzaming, maar ook door het aantoonbaar realiseren van emissiereductie elders in de keten.
Tot en met 2025 werkte Nederland met HBE’s, een systeem dat vooral keek naar hoeveel hernieuwbare energie werd ingezet. Vanaf 2026 verschuift de focus. Niet de herkomst van de energie staat centraal, maar het effect ervan: hoeveel CO₂-uitstoot is daadwerkelijk vermeden ten opzichte van een fossiele referentie.
Elektrisch laden past logisch in die gedachte. Elke kilowattuur die wordt gebruikt voor vervoer en niet uit fossiele brandstof komt, voorkomt uitstoot. Die vermeden uitstoot kan worden omgerekend naar een emissiereductie-eenheid. Dat is precies wat een ERE is.
Wat is een ERE-certificaat en wat juist niet
Een ERE is een administratieve eenheid. Eén ERE staat voor één kilogram CO₂-equivalent aan vermeden uitstoot. Het is geen keurmerk op je laadpaal, geen groen label op je energiecontract en ook geen subsidie.
De waarde van een ERE ontstaat omdat bepaalde partijen ze nodig hebben om aan wettelijke verplichtingen te voldoen. Daardoor ontstaat een markt waarin ERE’s worden verhandeld. Dat maakt ze interessant, maar ook gevoelig voor regels, controles en administratie.
Belangrijk om te onthouden is dat ERE’s geen beloning zijn voor “goed gedrag”. Ze zijn onderdeel van een nalevingssysteem. Alleen wat aantoonbaar klopt, meetelt en correct wordt geregistreerd, krijgt uiteindelijk waarde.
Hoe een laadsessie meetelt in het systeem
Elke ERE begint bij een laadsessie die goed wordt vastgelegd. Eerst wordt gemeten hoeveel elektriciteit is gebruikt voor laden van vervoer. Vervolgens wordt bepaald welk deel daarvan als hernieuwbaar mag worden aangemerkt. Daarna wordt dat omgerekend naar vermeden CO₂-uitstoot.
In grote lijnen hangt de uitkomst altijd af van drie factoren: hoeveel kilowattuur je kunt laten registreren, welk hernieuwbaar aandeel mag worden gebruikt en tegen welke marktprijs de ERE’s uiteindelijk worden verkocht, minus de kosten die onderweg gemaakt worden.
De exacte rekenregels zijn vastgelegd en behoorlijk technisch. Die hoef je niet uit je hoofd te kennen, maar het helpt wel om te begrijpen dat de opbrengst nooit “gratis geld” is. Zonder goede meting en registratie ontstaat er simpelweg niets.
Van kilowattuur naar ERE: hoe de berekening werkt
Achter elke ERE zit een vaste rekenmethode. Eerst wordt bepaald hoeveel elektriciteit aantoonbaar is gebruikt voor laden van vervoer. Vervolgens wordt gekeken welk deel daarvan als hernieuwbaar mag meetellen. Dat resultaat wordt omgerekend naar vermeden CO₂-uitstoot.
De officiële rekenregel voor elektriciteit in vervoer ziet er als volgt uit:
Aantal ERE = geladen kWh × hernieuwbaar aandeel × 183 × 3,6 ÷ 1000
Wat gebeurt hier precies?
- geladen kWh: het aantoonbare laadvolume dat daadwerkelijk voor vervoer is gebruikt
- hernieuwbaar aandeel: het netgemiddelde of 100 procent als dit aantoonbaar mag worden toegepast
- 183: de vastgestelde fossiele referentie in gram CO₂ per megajoule
- 3,6: de omrekening van kilowattuur naar megajoule
- ÷ 1000: om van gram naar kilogram CO₂-equivalent te gaan
Voorbeeld:
Stel dat je 2.500 kWh thuisladen kunt laten registreren tegen het netgemiddelde van 50 procent hernieuwbaar.
2.500 × 0,5 × 183 × 3,6 ÷ 1000 = 823,5 ERE
Dat komt overeen met 823,5 kilogram aantoonbare CO₂-reductie.
In de praktijk hoef je deze berekening niet zelf te maken. Wel helpt het om te begrijpen dat de uiteindelijke opbrengst altijd wordt bepaald door drie factoren: het laadvolume, het toegestane hernieuwbare aandeel en de kosten en marktprijs rondom de ERE’s.
Wie mag ERE’s claimen en wanneer niet
In de praktijk draait het minder om de vraag of je elektrisch laadt, en meer om de vraag wie de claim mag doen. Dat verschilt per situatie.
Bij thuisladen met een eigen laadpaal en een eigen aansluiting is het in veel gevallen mogelijk om ERE’s te laten registreren, meestal via een externe dienstverlener. Bij leaseauto’s hangt het af van afspraken over machtiging en eigendom van de laaddata. Openbaar laden valt doorgaans buiten de boot voor de individuele rijder, omdat de exploitant de emissiereductie al claimt. Op bedrijventerreinen en bij laadpleinen ligt de claim meestal bij het bedrijf of een partij die namens het bedrijf registreert.
Zonnepanelen en thuisladen: waarom het vaak anders loopt dan verwacht
Een veelgehoorde gedachte is dat laden met eigen zonnepanelen automatisch volledig hernieuwbaar is. In de praktijk blijkt dat lastig hard te maken. Achter de meter lopen opwek, huishoudelijk verbruik en laden door elkaar. Daardoor is meestal niet aantoonbaar welke kilowattuur precies van het dak naar de auto is gegaan.
Om méér te claimen dan het landelijke netgemiddelde, gelden strenge eisen. Denk aan aparte meetopstellingen, duidelijke scheiding van stromen en soms zelfs het aantonen dat opwek en laden gelijktijdig plaatsvonden. Dat kan in specifieke situaties, maar is geen standaardoplossing voor de meeste huishoudens.
De rol van inboekdienstverleners
Voor particulieren en veel kleinere bedrijven is zelf inboeken geen realistische optie. Daarvoor zijn inboekdienstverleners in het leven geroepen. Zij verzamelen laaddata, controleren de kwaliteit, zorgen voor registratie in het juiste systeem en regelen vervolgens de verkoop en uitbetaling.
Dat maakt het systeem toegankelijker, maar niet kosteloos. Administratie, verificatie en risicodekking horen er nu eenmaal bij. Wie ERE’s ziet als een simpele cashback op elke laadsessie, komt hier vaak bedrogen uit.
Wat levert het op en wanneer wordt het interessant
De opbrengst van ERE’s staat niet vast. De marktprijs beweegt en de kosten verschillen per aanbieder. Voor thuisladers met een beperkt laadvolume kan het zijn dat vaste kosten een groot deel van de opbrengst opslokken. Bij grotere volumes, zoals zakelijke laadpleinen of gebundelde oplossingen, wordt het model interessanter.
Daar komt bij dat 2026 een opstartjaar is. Veel processen worden nog ingericht en gecontroleerd. In de praktijk zal de nadruk in het begin liggen op juistheid en verificatie, niet op maximale opbrengst.
Juist omdat ERE’s administratief zijn, zit het verschil in de details. Let daarom altijd op zaken als eigendom van de claim, eventuele exclusiviteit, transparantie over kosten en de manier waarop met laaddata wordt omgegaan.
ERE-certificaten maken elektrisch laden inhoudelijk interessanter, maar ook complexer. Ze zijn geen vervanging voor een goed doordachte laadoplossing, maar een extra laag die daar bovenop kan komen. Wie het overzicht wil houden, begint niet bij de opbrengst, maar bij de basis: klopt de meting, is de data betrouwbaar en zijn de rollen helder?
Wil je weten of ERE-certificaten in jouw situatie überhaupt toepasbaar zijn en hoe je dit correct inricht zonder verrassingen achteraf? Neem dan contact met ons op. We kijken onafhankelijk mee naar wat technisch en administratief haalbaar is.
Andere artikelen
Klaar voor de volgende stap?
Lorem ipsum dolor sit amet consectetur. Vitae in a tempus id eu tellus. Sit viverra mauris in nisi tellus. Tellus mauris netus id fermentum euismod. Augue volutpat quis mollis nunc id nec facilisis non ultrices. Congue vitae elementum suspendisse gravida placerat aliquet.
Heading 1
Heading 2
Heading 3
Heading 4
Heading 5
Heading 6
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.
Block quote
Ordered list
- Item 1
- Item 2
- Item 3
Unordered list
- Item A
- Item B
- Item C
Bold text
Emphasis
Superscript
Subscript















